"Er was een verschrikkelijk
verschrikkelijk, verschrikkelijk,
verschrikkelijk monster.
Het leek op een zee egel.
Dat monster had een kooi in zijn handen.
En dat monster wou de visser aanvallen
En dat ging mooi niet door,
Want de visser ging achter het monster staan
En gaf het monster zo een schop onder zijn kont."
Jord de Boer, Enkhuizen
5 jaar.